VI: Llonch is blij met Willem II en Tilburg

5
1233
Bron: BD.nl

In een paar weken tijd is nieuwkomer Pol Llonch uitgegroeid tot anker op het middenveld van Willem II. De 25-jarige gifkikker uit Catalonië, die een paar jaar geleden nog ruziede met Cesc Fàbregas, wil vooral aan klantenbinding doen. ‘Het is aan ons om de mensen in Tilburg weer enthousiast te maken.’
‘Fútbol Internacional, no?’ De handen zijn nog maar nauwelijks geschud, of Pol Llonch laat al vriendelijk blijken dat hij precies weet met welk medium hij deze ochtend een afspraak heeft. Maar pas als de mannetjesputter een paar minuten later het magazine met het rood-blauwe logo onder ogen krijgt, volgt een blik van herkenning. ‘Dat is toevallig, ik heb gistermiddag nog jullie dikke boek gekocht, met alle spelers en clubs erin. Hoe heet dat? Seizoengids, ja!’ Een appje van ploeg- en landgenoot Fran Sol bracht hem op het spoor van het boekwerk, een gezonde vorm van ijdelheid – Llonch geeft het direct toe – deed hem overgaan tot koop. ‘Fran stuurde me dat er een grote foto van mij in staat, haha. Het leek me wel leuk om dat boek thuis te hebben. Maar toen ik erdoorheen ging bladeren, zag ik dat het me ook heel goed kan helpen. Zo kan ik al mijn tegenstanders opzoeken en de historie van alle clubs bestuderen. Zie het als een soort huiswerk om de Eredivisie te leren kennen.’

De anekdote is typerend voor het goede gevoel dat Llonch (spreek uit als Jonk) nu al heeft bij zijn nieuwe werkplek en woonplaats. De Eredivisie en Tilburg bevallen hem meer dan prima, en dat voor iemand die opgroeide in hartje Barcelona. ‘Dat klinkt prachtig, ik weet het. Mijn zusje en ik zijn geboren in een appartement récht tegenover de Sagrada Familia, mijn ouders wonen daar nog steeds. Maar als ik moet kiezen, kies ik oprecht voor een stad als Tilburg. Het is hier heerlijk rustig, ik heb hier alles wat ik wil. Als ik in Barcelona de deur uit liep, struikelde ik over de toeristen. Overal was verkeer, geschreeuw, drukte. In de vakanties kwam iedereen naar de stad, wij vertrokken juist. Ik mis mijn vrienden en familie, natuurlijk, maar Barcelona zelf niet.’

Toch speelt Pol Llonch Puyalto het overgrote deel van zijn loopbaan in en om zijn geboortestad, hij breekt door bij derdedivisionist L’Hospitalet. Het hoogtepunt in die jaren is voor Llonch de bekerwedstrijd op 9 november 2011, thuis tegen Barcelona. ‘Voor een negentienjarig jochie uit de stad was dat iets prachtigs: spelen tegen het grote Barça. We verloren maar met 0-1, door een heerlijke goal van Andrés Iniesta.’ Na het duel is er in Spaanse media bewondering voor het dappere Hospi, maar zeker ook aandacht voor een opmerkelijk incident. ‘Mijn directe tegenstander die avond was Cesc Fàbregas.’ Llonch begint te grijnzen bij de herinnering. ‘Tijdens de wedstrijd kregen we het steeds meer met elkaar aan de stok. Fàbregas maakte overtredingen die niet bestraft werden, liet zich telkens vallen, dat soort dingen. Hij was met van alles bezig, maar niet met voetballen. Andersom zal hij ook wel gebaald hebben van onze harde manier van spelen.’
Als Llonch in de tweede helft wordt gewisseld, vangen camera’s langs het veld op hoe hij op de reservebank tegen een ploeggenoot begint te vertellen wat hem zojuist is overkomen. Weet je wat die Fàbregas net tegen mij zei?, zo zien televisiekijkers hem vragen. Bijna zeven jaar na dato weet Llonch het nog precies. ‘Op een gegeven moment was Fàbregas het helemaal beu. Toen ik weer iets tegen hem riep, keek hij me heel arrogant aan. “Wat zeur je nou, jij bent niet meer dan een speler uit de Segunda División B”, zei hij. Dat vertelde ik aan die ploeggenoot, maar ik had niet door dat ik gefilmd werd.’ De denigrerende opmerking wordt in Spanje breed uitgemeten, het incident staat symbool voor het karakter van Llonch. Klein van stuk, met zijn 1 meter 71, maar onverschrokken. ‘Nooit verlegen, nooit bang’, zo omschrijft hij het zelf.
De statistieken van het nog prille seizoen bewijzen die woorden. Er zijn in de hele competitie slechts twee spelers die beter scoren als het gaat om duelkracht, Llonch wordt nauwelijks van de bal gezet en staat hoog in het tackleklassement, maar de box-to-box-middenvelder kan zich qua succesvolle dribbels ook meten met de vleugelspitsen Donis Avdijaj en Aras Özbiliz én nummer 10 Daniel Crowley. Toch liggen zijn kwaliteiten vooral in het verdedigende. Dat bewijst alleen al zijn verhouding gele kaarten/doelpunten: 59 om 5. ‘Mijn vechtlust is een van mijn grootste kwaliteiten. Iedere keer stap ik het veld op met idee dat ik niets te verliezen, maar alles te winnen heb. Daar past geen angst bij. Niet bang zijn voor duels, tegenstanders of falen.’

In eigen land komt de carrière van Llonch nooit echt van de grond. Bij Espanyol en Granada komt hij niet verder dan de B-ploeg, alleen bij Girona haalt hij een paar keer het eerste elftal. Het is in januari 2017 dat Wisla Kraków hem van het doodlopende Spaanse spoor af haalt. ‘Mijn dochter Lucia werd op 5 december geboren, nog geen twee weken later kreeg ik het eerste telefoontje van die club. Mijn eerste reactie? Nee, nee, nee, geen denken aan.’

Llonch schudt resoluut met zijn hoofd. ‘Mijn vrouw begon zelfs te huilen toen ze over een transfer naar Polen hoorde. Ik was absoluut niet van plabn met een baby en een ongelukkige vrouw te verhuizen naar een koud land waar we niets of niemand kenden. Maar na een paar gesprekken met de mensen om me heen besloten we dat dit toch de beste stap was. En achteraf is het dat ook gebleken.’
‘Mijn vrouw begon zelfs te huilen toen ze over een transfer naar Polen hoorde’
In Polen voelt Llonch zich eindelijk écht voetballer. ‘De fans daar zijn gek, maar ik vond het prachtig’, lacht hij. ‘In de derby tegen KS Cracovia (in Polen omgedoopt tot De Heilige Oorlog, red.) maakte ik mee dat de wedstrijd 25 minuten gestaakt moest worden vanwege vechtpartijen op de tribunes. Een paar weken later moesten we tien minuten naar binnen omdat er vuurwerk op het veld werd gegooid. Iedere week gebeurde er ergens wel íéts. Dat is allemaal niet fraai, maar die adrenaline miste ik in Spanje. Vooral op de lagere niveaus zijn er niet meer dan drie of vier ploegen waar een goede sfeer hangt. Als we met Girona op bezoek gingen bij Osasuna, was het prima. Maar als we dan een week later thuis speelden, zaten er misschien twee- of drieduizend man. That was shit, al helemaal omdat die fans ook helemaal niet fanatiek waren. Het voelde alsof je in een theater aan het voetballen was of, zoals vroeger, op een pleintje. Dat was voor mij niet genoeg.’

Het belletje van Willem II komt dan ook zeer gelegen, al is een transfer dan nog niet direct een uitgemaakte zaak. Op het moment dat Llonch hoort van de interesse, vechten de Tilburgers namelijk nog volop tegen degradatie. De eerste wedstrijd die hij van zijn mogelijke nieuwe werkgever ziet, is het legendarische thuisduel met PSV. Met angst en beven sluit de middenvelder zijn laptop aan op de tv, waarna hij via een dubieuze stream de wedstrijd volgt. ‘Ik was een beetje bang in die weken, zeker omdat er in alle onrust ook nog eens een topploeg op bezoek kwam. Maar na die wedstrijd (5-0 zege, red.) vroeg ik me af hoe het mogelijk was dat deze ploeg onderin speelde. In de weken daarna ben ik het team blijven volgen. Het speelde goed en bleef in de Eredivisie. Toen wist ik dat dit mijn volgende club ging worden.’
‘Het moet echt nog beter, en toch weet ik zeker dat we op de goede weg zijn’
Een paar maanden later heeft Llonch geen enkele spijt van zijn keuze. Vrouw en kind zijn inmiddels ook in Nederland en – niet geheel onbelangrijk – sportief gaat het Llonch en Willem II voor de wind. De keiharde 6-1 nederlaag bij PSV was niet meer dan een smet op een seizoenstart waarin De Tricolores (vooral tijdens de 5-0 tegen Heracles Almelo) indruk maken. ‘Het moet echt nog beter, en toch weet ik zeker dat we op de goede weg zijn.’ Llonch smult bij vlagen van het spel van Willem II. ‘Iedereen leert elkaar en zijn eigen rol steeds beter kennen. Met Avdijaj, Özbiliz, Sol en Crowley hebben we voorin vier spelers die allemaal in hun eentje een wedstrijd kunnen beslissen. Daar kan ik echt van genieten. Die wedstrijd tegen Heracles was het perfecte voorbeeld van hoe het moet. That’s the way, dát willen de fans van ons zien. Het is aan ons de mensen in en om Tilburg weer enthousiast te maken over Willem II, ze naar het stadion te halen en ze met een goed gevoel weer te laten vertrekken. Dat moet ons doel zijn, in de loop van het seizoen zien we dan wel waarvoor we gaan strijden.’

5 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments