Riemersma: 2021 leerzaam en zinvol

10
2258
Bastiaan Riemersma (Toin Damen)

Hoofd jeugdopleiding Bastiaan Riemersma blikt terug op 2021. Een bewogen jaar, waarin de competities lang stillagen en spelers en trainers zich moesten aanpassen aan de situatie. Maar 2021 was ook een jaar waarin niet is stilgezeten. De Willem II Jeugdopleiding maakt stappen en Riemersma wil deze lijn in het nieuwe jaar doortrekken.

‘Het afgelopen jaar laat zien hoe onzeker het leven kan zijn. Als mens ben je altijd op zoek naar zekerheid en dat was er nauwelijks in 2021. Toch hebben we gezien dat mensen zich ook in deze situatie prima aan kunnen passen en zo is dat bij de jeugdopleiding ook gegaan’, begint Riemersma.

Aanpassen
Binnen de Willem II Jeugdopleiding is gekeken wat wél mogelijk. De jeugd kon trainen en onderling wedstrijden spelen. Later werd het weer mogelijk om oefenwedstrijden tegen andere clubs te spelen. Riemersma: ‘Deze jongens zijn niet enkel bezig met de wedstrijddag, maar meer met dat ene moment dat ze straks gaan krijgen bij het eerste elftal. Daar leven ze soms wel tien jaar naartoe.’ In de coronaperiode kon “gewoon” aan voetbalvaardigheden gewerkt worden. Volgens het hoofd jeugdopleiding zijn kinderen van nature competitief, strijd is er in zijn ogen altijd. Zo ook de wil om te winnen, ongeacht het om een trainingspartij of oefenwedstrijd gaat. ‘Het enige dat is weggevallen is het competitie-element, al wisten we dat dit op termijn zou terugkeren.’

In de jeugdopleiding zitten over het algemeen spelers in de leeftijdscategorie van 12 t/m 20 jaar. Riemersma: ‘Een leeftijdscategorie waarin jongeren zich volle bak ontwikkelen. Niet alleen op motorisch gebied en als voetballer, maar ook als mens. Alle beperkingen die dan gelden, zoals afstand houden en thuisonderwijs, dragen daar niet op een positieve manier aan bij. De jongens hebben daar moeite mee. Althans, dat is wat wij gemerkt hebben. We merkten dat spelers hun energie minder kwijt konden door de dag heen en dan vragen wij hier ook nog om zich optimaal te concentreren en te luisteren.’ Het heeft Riemersma geïnspireerd hoe de spelers, maar ook de trainers, met deze situaties omgingen. In deze periode was het belangrijk om spelers te laten weten dat ze gesteund werden en dat er begrip was voor hun situatie. In zijn ogen is het afgelopen jaar, ondanks de beperkingen, toch zinvol en leerzaam geweest. ‘Het welbevinden van de spelers wordt continu gemeten en we zijn dan ook trots dat blijkt dat bijna alle spelers met veel plezier voor onze club voetballen.’

Ontwikkeling
Nadat het competitie-element wegviel is een bepaalde druk bij spelers en trainers weggevallen. Ondanks dat het hoofddoel ontwikkelen is, wil iedereen natuurlijk wedstrijden winnen. Riemersma: ‘De focus lag daarom dus puur op ontwikkeling. Wedstrijden worden vaak toch benaderd zoals dat ook bij senioren het geval is. Daar gaat het om die drie punten, er moet gewonnen worden en bepaalde druk van buitenaf komt daar ook bij kijken. Ook voor trainers.’ Met het wegvallen van het competitie-element, lag de focus meer op het ontwikkelen en het leerproces, waarin fouten gemaakt mogen worden. ‘Daardoor werd het voor spelers gemakkelijker om initiatief te nemen en creatief te zijn. Onze speelwijze vraagt veel van spelers.’ Daarmee doelt Riemersma op het niet zomaar naar voren schieten van de bal wanneer de ploeg onder druk komt te staan. Daarnaast is het de bedoeling dat de keeper ondersteunt in de opbouw en vaak als voetballer wordt gebruikt. Maar ook centrale verdedigers moeten risico’s nemen en aanvallers creatief zijn in hun acties. Dat vraagt moed van de spelers. In de ogen van Riemersma is dit lastiger voor spelers wanneer in competitieverband wordt gespeeld, omdat je dan juist afgerekend wordt op fouten. Sommige spelers – maar ook trainers – hebben zich juist om die reden in 2021 beter ontwikkeld. ‘En laat er geen misverstand over bestaan, want trainers zijn blij als er gepresteerd wordt. Dat is vaak ook de reden dat je trainer bent geworden of sportman bent. Het competitie-element is wel iets waarom je elke dag uit je bed opstaat en met die jongens aan de slag gaat. Maar dat element ontbrak, dus is onze manier van werken in die periode veranderd. Dat ging eigenlijk vanzelf’, voegt Riemersma toe.

Zodra het competitie-element terugkeerde was er verschil te merken in de manier waarop spelers en trainers daarmee omgingen. ‘Sommigen voelden meer druk dan anderen. Toch is enige vorm van druk wel goed, omdat je erachter komt wie wel of niet met die druk om kan gaan. Het is topsport en het competitie-element hoort daarbij’, geeft Riemersma aan. Het is de bedoeling dat het spelers en trainers voldoening geeft. ‘Anders moet je jezelf afvragen of je er wel je beroep van moet maken.’ 

Opleiden in plaats van scouten
Vaak wordt verondersteld dat spelers zich het best ontwikkelen op zo’n hoog mogelijk niveau. Momenteel speelt echter geen enkel jeugdteam op het hoogste niveau. Echter zijn er in de jeugd veel verschillen tussen talenten. Vooral op fysiek gebied is er een groot contrast tussen spelers en dat aspect is een bepalende factor in het wedstrijdverloop. ‘Het resultaat van een jeugdwedstrijd is voor een groot deel al te bepalen als we kijken naar de geboortedata van spelers. Daarnaast kiezen wij voor een bepaalde speelwijze, waarin spelers leren om keuzes te maken, omdat we denken dat ze daar een betere voetballer van worden. Als wij puur voor het resultaat spelen, word je gedwongen om soms concessies te doen in je speelwijze en voornamelijk fysieke spelers op te stellen, maar bij ons staat ontwikkeling centraal en willen we dat spelers beter worden’, geeft Riemersma aan.

Willem II ervoor om spelers hoofdzakelijk op te leiden in plaats van te scouten. Bij clubs die met name scouten, worden de beste spelers van het moment geselecteerd en vallen de mindere spelers af. Daar worden dan betere spelers van andere clubs aan toegevoegd. ‘Wij kiezen voor opleiden en daarmee ook voor grotere aantallen. Wij kiezen ook voor jongens uit de regio, omdat het aannemelijker is dat zij meer met de club hebben. Deze jongens worden zorgvuldig geselecteerd met behulp van bijvoorbeeld  de Willem II Vooropleiding én selectiedagen. Maar wij kennen ook onze plek in de markt. Wij zijn geen Ajax of PSV met een groot budget of grote naam, dus we moeten keuzes maken, want we willen kwaliteit leveren’, legt Riemersma uit. Dat houdt in dat het met de liquide middelen van de club niet mogelijk is om een duur scoutingsapparaat in te richten, fulltime trainers en video-analisten in dienst te nemen én een groot fitnesscentrum in te richten. Er moeten keuzes gemaakt worden. Riemersma: ‘Daarom hebben wij gekozen voor een hele grote groep kinderen die getraind worden door goede trainers en zich richting de top steeds verder afschaalt. Onderaan de streep blijft er dan toch een kwalitatief goede selectie over voor Willem II O21 die volgens onze manier van spelen is opgeleid en bestaat uit jongens uit de regio.’

Regionaal talent
Omdat Willem II ervoor kiest om niet enkel de spelers uit een leeftijdscategorie te selecteren die op fysiek gebied het best ontwikkeld zijn, wordt dus de concessie gedaan dat teams niet altijd op het hoogste niveau spelen. ‘In de bovenbouw, en dan praten we over jongens die uit de groei komen (O16 t/m O21), moet het wel een doel zijn om op het hoogste niveau te acteren, omdat dat de stap kleiner maakt naar het eerste elftal’, legt Riemersma uit. In de bovenbouw moeten spelers om kunnen gaan met topsportverwachtingen. Daar is het resultaat een stuk belangrijker en als spelers niet goed genoeg zijn, is het gevolg dat ze minder aan spelen toekomen. Vandaar dat het doel in de bovenbouw ook is om zo hoog mogelijk te spelen. ‘In de middenbouw worden andere keuzes gemaakt op basis van visie. In de bovenbouw is het doel om zo hoog mogelijk te spelen met zoveel mogelijk spelers uit de eigen regio én met onze manier van spelen.’ In de bovenbouw wordt niet de visie en manier van spelen overboord gegooid, want het is niet zo dat die teams de bal wild naar voren schieten om maar resultaat te boeken. Het doel is om zo hoog mogelijk te spelen waarin de visie, met manier van spelen en het team laten bestaan uit zoveel mogelijk spelers uit de regio, overeind blijft. ‘Anders hebben die eerste jaren van de opleiding geen zin.’

Visie Willem II
De doorvertaling van de Willem II Jeugdopleiding-visie heeft tijd nodig voordat het zichtbaar tot uiting komt. De manier van spelen is een moeilijke, maar volgens de club wel een manier om spelers beter op te leiden. Daarom wordt in de middenbouw gekozen om juist meer spelers dan gemiddeld op te leiden. Riemersma: ‘Er wordt weleens kritiek geuit dat we te veel spelers hebben, maar hoe meer spelers wij in die vijver hebben, hoe meer spelers wij met onze manier van spelen kunnen beïnvloeden. Dat vergroot de kans dat we uiteindelijk bij de oudste jeugdteams meer zelfopgeleide en kwalitatief goede spelers overhouden.’ Voorheen moest de club voor de oudste jeugdteams vaak spelers bijscouten. ‘Als je bijvoorbeeld in O15 achttien spelers hebt en er stoppen drie spelers, twee spelers worden voor een andere club gescout en enkele jongens blijven fysiek achter waardoor ze in een lager elftal moeten spelen, dan houd je vijf tot tien spelers over. Dat houdt in dat je de rest van buitenaf moet halen en voorheen is ook gebleken dat die spelers het vaak niet redden’, zegt Riemersma. Daarom kiest Willem II ervoor om in de middenbouw meer spelers op te leiden, om uiteindelijk in de bovenbouw meer spelers, die volgens de visie van de club zijn opgeleid, over te houden. Hierdoor hoopt de club in de toekomst enkel nog exceptionele talenten toe te voegen aan de oudste jeugdteams, omdat de basis van de teams kwalitatief goed is.

Riemersma ervaart dat sinds de implementatie van de nieuwe visie al meer keuze is binnen de teams in de bovenbouw dan toen hij vier jaar geleden startte. ‘De aantallen zijn groter, het aantal links- en rechtspoten, maar ook qua posities zijn de aantallen beter verdeeld. Daarnaast hebben deze jongens al een aantal jaar leren voetballen op onze manier.’ Volgens Riemersma is het niet te voorspellen welke spelers het wel of niet redden. Ter vergelijking schetst hij dat een langzaam groeiende boom uiteindelijk ook de hoogste boom kan worden. ‘Het blijft mensenwerk, dus we weten het niet. Maar de manier van spelen en hoe spelers zichzelf daarin persoonlijk opstellen, daar zijn we bij alle drie de teams in de middenbouw erg tevreden over.’ De manier van spelen is herkenbaar en jeugdteams zijn steeds beter in staat om het spel te maken tegen (op papier) betere tegenstanders. Dat stemt het hoofd jeugdopleiding tevreden. ‘Hoe mooi is het om straks O21 met spelers uit de regio te laten spelen op ónze manier?’ Overigens ziet Riemersma de manier waarop Willem II wil voetballen ook bij de teams in de bovenbouw steeds beter terug.

Tijd
Willem II O14, O15 en O16 zijn de eerste teams die volgens de nieuwe visie van de jeugdopleiding zijn begonnen en bij de oudere teams is nog relatief veel spelersmateriaal bijgescout. Uiteraard wordt ook bij die teams wel veel aandacht besteed aan de manier van spelen. ‘Ik snap dat supporters zichzelf afvragen wanneer ons beleid eindelijk iets op gaat leveren. Dat is logisch en uiteindelijk mogen we daarop afgerekend worden en kijk ik zelf ook kritisch in de spiegel. Maar bij mijn aanstelling heb ik ook aangegeven dat ik langer de tijd nodig heb. Ik zou alleen op korte termijn succes kunnen hebben als ik het exact hetzelfde zou doen als andere clubs. Maar wij kunnen niet zomaar spelers van andere BVO’s weghalen, dus dan gaat het om amateurclubs, afvallers van andere BVO’s of jongens uit het buitenland’, licht Riemersma toe. Het beschikbare budget voor de jeugdopleiding is met name in de lange termijn geïnvesteerd, zoals een eigen complex met goede faciliteiten en goede jeugdtrainers. Zo is ook het plan om te investeren in een fitnessgelegenheid voor jeugdspelers van Willem II. ‘We hebben gekozen voor de lange termijn en daar hebben we nog zeker drie tot vier jaar voor nodig.’  

Uniek
Riemersma wil er niet te snel aan voorbij gaan hoe uniek het is dat Willem II een eigen complex heeft. De meeste jeugdopleidingen in Nederland moeten hun complex namelijk delen. Zelfs de grootste clubs moeten hun complex vaak delen met de amateurtak. Willem II heeft dus als een van de weinige clubs in Nederland een eigen complex waar enkel de jeugd actief is. Riemersma: ‘Voor de club is dat natuurlijk ook wel een kostenpost, waardoor andere dingen nog niet mogelijk zijn. Maar uiteindelijk is het wel een hele bewuste keuze, omdat wij ervan overtuigd zijn dat wij hiermee het verschil kunnen maken. Wij kunnen hier goed werken, hebben altijd velden beschikbaar, hebben altijd de mogelijkheid om veel kinderen te beïnvloeden, maar daar betaal je wel letterlijk een prijs voor. Dat willen we verder uitbouwen’.

Er liggen concrete plannen om het jeugdcomplex uit te breiden met een fitnessgelegenheid voor jeugdspelers. De spelers van O21 kunnen sporten bij partner Club Pellikaan, maar andere jeugdteams kunnen daar niet terecht. ‘In het hedendaagse voetbal is je fysiek natuurlijk wel een belangrijk aspect. Daar zetten we nu dan ook vol op in.’

Nieuwe stappen
Het afgelopen jaar is de aandacht voor de Willem II Jeugdopleiding zowel intern als extern gegroeid. Ook bij de hoofd jeugdopleiding is dat niet onopgemerkt gebleven. ‘Bij Willem II is het heel mooi om te zien dat supporters zelfs bij de jeugdopleiding enorm betrokken zijn. Daardoor was er veel vraag naar informatie vanuit de jeugdopleiding’, vertelt Riemersma. De club heeft ervoor gekozen om in die behoefte te voorzien wanneer dat op een professionele manier kon en indien daar capaciteit voor was. ‘Als we het doen, moeten we het goed doen. Die tijd is aangebroken en we zien dat het direct zijn vruchten afwerpt. Als een jeugdspeler bij de selectie zit of Spieringhs een interview geeft, zien we dat de berichtgeving meer likes en interactie oplevert dan gewoonlijk. Dus voor zowel de opleiding als de gehele club is het in mijn ogen belangrijk dat we die stap hebben gemaakt’ voegt Riemersma toe. Volgens hem is het ook belangrijk om draagvlak te hebben in de gehele organisatie en bij de achterban en daarom goed om uit te leggen waarom er voor een bepaalde manier van werken is gekozen en waarom er bepaalde keuzes worden gemaakt. ‘Vanuit supportersperspectief is het logisch om te kijken naar uitslagen om te zien of het goed gaat met de jeugdopleiding. Omdat we niet met alle teams op het hoogste niveau spelen is het erg belangrijk om uitleg te geven dat het ook met visie te maken heeft en dat het niet zozeer te maken heeft met of een team wel of niet goed genoeg is’, zegt Riemersma. Hij is dan ook blij met het feit dat de jeugdopleiding met een eigen website en bijvoorbeeld de interviews met de trainers van O21 een podium heeft om uit te leggen waar ze mee bezig zijn.

Vooruitkijkend naar het nieuwe jaar wil Riemersma meer aandacht schenken aan het fysieke programma van spelers. ‘Daarbij gaan we de accenten leggen op hetgeen een speler voor en/of na de groeispurt moet doen, maar dat bekijken we per individu. Een verdediger moet op fysiek gebied anders trainen dan een buitenspeler, omdat het in het veld ook op andere kwaliteiten aankomt. Een verdediger moet fysiek sterk zijn om duels aan te kunnen gaan en een buitenspeler moet aan zijn snelheid werken en explosief zijn. Het op maat aanbieden van deze trainingen per individu is dan ook de volgende stap die we gaan nemen’, vertelt Riemersma. Door deze stap te nemen is Riemersma ervan overtuigd dat de stap naar het profvoetbal kleiner wordt en het eerder mogelijk wordt om de gestelde doelen te realiseren.

Tot slot hoopt Riemersma dat Willem II O21, met nog drie wedstrijden te spelen, het winterkampioenschap in de wacht kan slepen en promoveert naar Divisie 1. ‘De vooruitzichten zijn goed en de focus ligt nog vol op het kampioenschap. Ik ben ervan overtuigd dat ze dat gaat lukken! En de supporters die bang waren dat Amoros Nshimirimana zou vertrekken, die kunnen opgelucht ademhalen. Hij blijft!’

Bron: Willem II.nl

10 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments