Interview Van der Lei met VICE Sports

0
1175

De Nederlandse keeper die bij een Koerdische migrantenclub speelt

“Het is niet zo dat iedere Koerd hier zomaar kan komen spelen. Maar anders zoeken ze wel een andere functie voor je.”

Stefan van der Lei (25) maakte in juli een interessante transfer naar Dalkurd FF, een Zweedse club die is opgericht door Koerdische immigranten. Aangezien Koerden niet over een eigen staat beschikken, hebben ze ook geen officieel nationaal voetbalteam. Voor veel Koerden over de hele wereld is Dalkurd dan ook een club waarmee ze zich goed kunnen identificeren. Voor sommigen voelt de club zelfs als het nationale elftal.

De club begon in 2004 op het zevende niveau van Zweden en doorliep vervolgens alle divisies. Sinds dit seizoen komt Dalkurd voor het eerst uit in de Allsvenskan, het hoogste niveau. Met Van der Lei dus, een Groningse keeper die in verschillende jeugdelftallen van Oranje speelde, maar nooit wist door te breken in de Eredivisie. Na een jaar zonder speelminuten als derde doelman van Willem II, besloot Van der Lei het maar eens over de grens te proberen.

VICE Sports sprak Van der Lei via FaceTime over zijn eerste maanden bij Dalkurd FF. Dit is zijn verhaal.

“Bij mijn debuut voor Dalkurd, uit bij Hammarby, zag ik drie aanvallers op me afkomen. De tegenstander loste van dichtbij een schot op doel. Met een reflex pakte ik die bal met mijn linkerhand. Kort hierna voelde ik een stekende pijn en begon mijn pink flink te kloppen. Door de adrenaline heb ik de wedstrijd uit kunnen spelen, maar toen ik de dag erna in het ziekenhuis was bleek ik mijn pink te hebben gebroken. Dat was een lekker begin van mijn eerste buitenlandse avontuur.

Nog voor de rust kreeg ik binnen een half uur vier doelpunten te verwerken. Op dat moment dacht ik: o God, waar ben ik nu weer beland? Tijdens de rust baalde ik natuurlijk enorm. Ik had wel een aantal lekkere reddingen, anders hadden we misschien wel met 8-0 achter gestaan. “Gewoon vasthouden Steef. Gewoon stoïcijns doorgaan,” sprak ik mezelf toe. In de tweede helft hield ik mijn doel gelukkig schoon. Alleen was het natuurlijk flink balen van die gebroken vinger. Inmiddels ben ik weer wedstrijdfit, maar sinds mijn debuut heb ik geen officiële wedstrijd meer gespeeld.

Er zijn een aantal dingen waaraan ik merk dat ik bij een Koerdische club speel. Op de tribunes zie ik regelmatig Koerdische vlaggen, en ook in het logo van Dalkurd is duidelijk een Koerdische vlag zichtbaar. Ongeveer negentig procent van de supporters in ons stadion is afkomstig uit Koerdistan. Die mensen zijn ontzettend trots dat een Koerdische club het heeft geschopt tot het hoogste niveau.

Die trots van de supporters voel ik sterker dan bij de andere clubs waar ik heb gespeeld. Hiervoor zat ik bij echte volksclubs als FC Groningen en Willem II, waar de supporters opstaan met de club, en er ook weer mee naar bed naar bed gaan. Maar hier bij Dalkurd voelen de mensen zich niet alleen verbonden met een provincie of een stad, maar met een hele bevolkingsgroep. Dat merk je erg in het fanatisme van de mensen op de tribunes.

Ik wist vooraf weinig over de Koerdische geschiedenis van de club, en had ook amper tijd om me erin te verdiepen. Ik was transfervrij na een seizoen als derde keeper bij Willem II. Een oud-trainer van mij bij FC Groningen, Peter Moltmaker, had veel goede contacten in Scandinavië. Met zijn hulp kwam ik in contact met een rijtje clubs uit Noorwegen, Denemarken, Zweden en Finland. Dalkurd wilde me direct heel graag hebben. Op een maandag waren ze al vrij concreet en woensdag was ik onderweg. Patsboem, en het was rond.

Ik vond voor het eerst een gaatje om de club te googelen toen ik inmiddels ook al mijn koffers aan het pakken was. Vrienden en familie hebben ook wat informatie verzameld. Het bleek dus een Koerdische club te zijn, maar verder wist ik er ook het fijne niet van. Ik probeerde me direct in te beelden hoe het zou zijn. Ik was gewoon gewend aan normale Nederlandse voetbalclubs, niet aan clubs die een totale bevolkingsgroep vertegenwoordigen. Hoe vaak kom je nou een Koerdische club tegen?

Inmiddels weet ik wel wat meer over de geschiedenis van Dalkurd, maar in de praktijk merk ik weinig verschil met andere clubs waarvoor ik gespeeld heb. Natuurlijk is een heel groot deel van de supporters Koerdisch, maar er zitten ook mensen op de tribune die voor de volle honderd procent Zweeds zijn. De voertaal in de kleedkamer is gewoon Zweeds of Engels, en het selectiebeleid is ook heel professioneel. Het is niet zo dat iedere Koerd hier zomaar even kan komen voetballen.

In andere functies door de club zie je wel veel Koerden. Als je niet kunt voetballen en Koerdisch bent, dan vinden ze wel een andere functie voor je. Een deel van de selectie heeft roots in Koerdistan, maar er lopen ook veel echte Zweden en buitenlanders tussen, waaronder ikzelf. Iedereen gaat erg goed met elkaar om, het is niet zo dat de Koerdische jongens een groepje vormen.

Er zijn wel wat dingetjes net wat anders dan ik hoe ik het in Nederland gewend was, maar voor zover ik weet heeft dit niks met Koerdistan te maken. Vlak voor de wedstrijd gaan we in de kleedkamer bijvoorbeeld allemaal in een kringetje staan. In Nederland worden er dan vaak alleen wat kreten groepen als “Kom op boys!”, maar bij Dalkurd gooien we onze armen een paar keer omlaag en omhoog langs ons lichaam. Dat staat iedereen te blazen en te puffen. Zo’n soort bijgeloof had ik nog nooit meegemaakt. De keeperstrainer had me er van tevoren al over verteld, met een grote grijns op zijn gezicht. In eerste instantie dacht ik dat hij me voor de gek hield, maar dat bleek dus niet zo te zijn.

De voorzitter heeft een keer uitgesproken dat Dalkurd de ambities heeft om in de Champions League te voetballen. Al bungelen we momenteel nog wel onderaan de Zweedse competitie. Dat is ook niet zo gek, want we spelen net als FC Emmen voor het eerst op het hoogste niveau. Maar uiteindelijk is niets onmogelijk. Mensen hadden je ook voor gek verklaard als je veertien jaar geleden had gezegd dat de club nu op het hoogste niveau zou spelen. Ik moet het nog zien hoor, maar zeg nooit nooit.

Mijn contract bij Dalkurd loopt aan het einde van dit jaar af. De club heeft een eenzijdige optie om mijn contract voor een seizoen te verlengen. Ik verwacht dat ik ergens dit seizoen wel weer mijn basisplaats weet terug te veroveren. Dan sta ik er best positief tegenover om langer te blijven. Ik zit hier nu voor dit half jaar ook nog zonder mijn vriendin. Mocht ik hier langer blijven, dan zegt ze haar baan in Nederland op en komt ze deze kant op. Ik wil geen risico nemen dat dit avontuur maar een half jaar duurt, en zij dan al ontslag heeft genomen. Allebei werkloos zijn lijkt me een beetje veel van het goede.”