
De Tricolores die ervandoor is: Nigel Bertrams
Hij keepte geen officiële wedstrijd in het rood-wit-blauw, maar wie met Nigel Bertrams spreekt, merkt meteen hoeveel zijn periode in Tilburg voor hem betekende. Niet door minuten onder de lat, maar door de mensen, de trainingen en het gevoel van thuiskomen. We spraken hem terwijl hij in de auto zat. “Ideaal getimed,” lacht hij. Een gesprek volgde over de jaren die hem vormden als keeper, over wachten, groeien, een mentale shift die hij later maakte en de keuze die hij nog altijd betreurt.
Eerst bewijzen
Wanneer Bertrams in 2015 wordt aangetrokken, komt hij uit een periode van opeenvolgende schouderoperaties. “Het was drie jaar lang operatie na operatie. Mijn eerste doel bij Willem II was: blijven staan, fit blijven.
En dat lukt. Sterker nog: richting zijn tweede seizoen voelt hij zich klaar om de strijd aan te gaan. Een blessure van Kostas Lamprou in de voorbereiding geeft hem hoop. Hij keept de hele voorbereiding en voelt zich sterk. “Maar toen Kostas vlak voor de competitie terugkwam, wist ik dat het weer spannend zou worden.”
‘Als we er vandaag met 6‑0 afgaan…’
Lamprou start het Eredivisie-seizoen onder de lat. De eerste twee duels leverden een negatief resultaat op (1-4 tegen Vitesse en 3-1 tegen Heracles Almelo) en de eerste doelman laat geen sterke indruk achter. De volgende wedstrijd op het programma: Ajax-uit.
“Het is misschien een beetje raar,” zegt Bertrams met een lach, “maar ik dacht wel: als we nu met 6-0 eraf gaan, dan komt mijn kans wel. We komen na twintig seconden met 1-0 achter en ik denk: dit wordt hem.” Het werd uiteindelijk echter 1-2 voor Willem II. Met goals van Erik Falkenburg en Fran Sol. De eerste overwinning ooit in de Arena. Historisch. “Ik was blij met de overwinning, maar heel eerlijk: ik baalde ook. Daar ging de kans waar ik hoopte.”
Wapenaar, Lamprou en Branderhorst
Wat volgt is misschien wel de belangrijkste fase uit zijn loopbaan. Onder keeperstrainer Harald Wapenaar ontstaat een keepersgroep die zeldzaam sterk was.
“Wat een geweldige vent. Ik zat nog op de bank, maar ik merkte dat ik iedere dag beter werd. Ook de samenwerking met Lamprou en Mattijs Branderhorst was fantastisch. Die jongens gun ik alles.
Harald zei regelmatig: we hebben hier drie Eredivisie-waardige keepers. Omdat het niveau zo hoog was, werden we alle drie zoveel beter. En dat heeft de basis gelegd voor de rest van mijn carrière.”
Van vriend naar concurrent
De vriendschap met zijn concurrenten was toen geen belemmering, maar dat werd later anders. “Ik was altijd goed bevriend met mijn concurrenten. Bij PSV ook. Maar ik speelde niet. Bij NAC heb ik die shift gemaakt. Ik ben volledig voor mezelf gegaan. En toen ben ik wel gaan spelen.”
De derby en dubbele gevoelens
Bertrams beleeft de memorabele play-offs in 2016 van dichtbij, maar niet op het veld. “Het was fantastisch, een superleuk feestje. Maar je ervaart het net iets minder intens dan wanneer je zelf speelt.”
En dan komt de eerlijkheid. “Het klinkt gek, maar als we waren gedegradeerd, was de kans groot dat ik het jaar erna eerste keeper was. Maar zo werkt topsport. Je zit tussen clubbelang en eigenbelang in. Soms schuurt dat.”
Bij NAC kwam hij een jaar later wél tot wedstrijden. Waaronder twee keer tegen Willem II. “In Tilburg pakte ik een bal uit de kruising op een cruciaal moment. Dat zijn de momenten waarvoor je keeper wordt.” De thuiswedstrijd in Breda loopt anders. “Na vier minuten maakte ik een fout. Een klotebal, veel effect, verkeerd ingeschat. Ik schaamde me kapot.”
De keuze die blijft knagen
Zijn carrière bracht hem na PSV, Willem II en NAC bij het Deense Nordsjaelland, De Graafschap en MVV. Na de periode bij MVV stond Bertrams op het punt terug te keren naar Willem II. Wapenaar wilde hem dolgraag terug als tweede keeper.
“Het gesprek voelde als thuiskomen. Een warm bad. Maar… ik wilde niet die jongen zijn die van Willem II naar NAC ging en dan terugkeerde bij Willem II. En bij Groningen speelde Robben dat jaar. Dat leek me ook mooi om mee te maken.”
Met de kennis van nu blikt hij terug: “Het was misschien wel de domste keuze uit mijn carrière. Bij Willem II had ik waarschijnlijk gespeeld, aangezien Robbin Ruiter zijn basisplaats kwijtraakte. Bij Groningen werd het niks en mijn lichaam begon op te raken.”
Van keeper naar ondernemer
Na zijn voetbalcarrière gooit Bertrams het roer volledig om. Met Archer Academy helpt hij mensen bij het ontwikkelen van financiële skills en runt hij een eigen hedgefonds (beleggingsfonds, red.). “We beheren op dit moment twintig miljoen euro. Wat we in drie maanden hebben bereikt, is ongekend. Ik heb nog nooit zo’n high performance-omgeving meegemaakt als wij hier creëren.”
Een terugkeer naar de voetballerij ziet hij (nog) niet zitten. “Op dit moment heb ik daar 0,0 ambitie voor.” Eén keer per jaar gaat hij naar Engeland met mentor Hans Segers om training te geven. “Met David Stockdale en Roy Carroll. Dan werken we met hoogste niveau-keepers. Dat is erg leuk.”
De pijn achter de passie
Achter het verhaal schuilt ook fysieke pijn. “Mijn heupen zijn versleten. Onlangs op wintersport voelde ik na een dag skiën die rechterheup weer. Die pijn had ik ook na iedere training. Hoe heb ik dit drie jaar volgehouden?”
De verklaring: pure passie. “Het is je droom. De laatste twee jaar wist ik: het hoogste niveau zit er niet in. Dus wat houd ik lichamelijk vol? Dat was de KKD. En daar heb ik twee topjaren gehad bij FC Eindhoven. Die had ik voor geen goud willen missen.”
De kans komt misschien maar één keer
Voor jonge keepers die aan het begin van hun carrière staan – zoals de 21-jarige Karst de Leeuw die eerder dit seizoen zijn kans greep – heeft Bertrams een boodschap. “Zolang je iedere dag komt opdagen en alles geeft: die kans komt. Wees er klaar voor om hem te pakken. Hij komt misschien maar één keer.”
Want uit ervaring weet hij: “Als mijn kans kwam en ik werd opgesteld als eerste doelman, ben ik er nooit meer uitgegaan. Dat komt omdat ik iedere dag kwam opdagen, topfit was en er klaar voor was.”
Hij denkt na. “Mensen beseffen niet vaak hoe klein de verschillen zijn. Harald zei: Wellenreuther is niet beter dan jij. Branderhorst wint de concurrentiestrijd. Wellenreuther staat nu onder de lat bij Feyenoord en Branderhorst bij Fortuna. Het zit in de kleinste momenten. Voetbal is binnenkantpaal erin, binnenkantpaal eruit. Maar dat is ook met spelen of niet spelen.”
Bij het afronden van het gesprek vragen we of hij nog iets kwijt wil. Hij valt even stil. De herinneringen komen terug. De trainingen. De vriendschappen. Het gevoel van fitheid. “Als ik terugdenk aan die tijd, aan hoe pijnvrij ik was… ik krijg er bijna een brok van in mijn keel. Het waren mooie jaren.”
Het werd geen Tilburgse keeperslegende met honderden wedstrijden. Maar wél een verhaal vol doorzettingsvermogen, kwetsbaarheid en de keiharde realiteit van topsport.
