|
zondag, 21 mei 2006 17:27 |
|
Gemeentelijk Sportpark 
Het sportpark bestaat al een tijdje voordat Willem II er zijn intreden doet. Door de nieuwe Arbeidswet van 1919 komt er een einde aan de absurd lange werktijden. De Tilburgse arbeider is van oudsher gewend aan lange werkdagen met weinig ruimte voor ontspanning. Om de vrijetijdsbesteding van de Tilburgers in goede banen te leiden, en dus cafébezoek en dronkenschap te voorkomen, houden diverse respectabele burgers zich omstreeks 1920 intensief bezig met het oprichten van een sportparkvereniging. De iniatiefnemers voor het sportpark nemen een optie op een terrein aan de Goirleseweg dat verder begrensd wordt door de thans verdwenen Vleugelstraat en Heiningstraat. Op 30 maart wordt een aanvraag ingediend bij Burgemeester en wethouders om het betreffende perceel van een afrastering te mogen voorzien. De kosten van het ongeveer 4 hectare grote sportparkcomplex worden beraamd op ongeveer 110.000 gulden.
Als eersten voetbalden NOAD en RKTVV op het sportpark. In 1923 moet RKTVV echter alweer afscheid nemen van het complex. Een jaar daarna verlaat ook NOAD het sportpark om een eigen terrein te exploiteren. Door de gedwongen verhuizing van Willem II aan de Voetbalweg is dit een ideale kans om het sportpark van ondergang te redden. De explotatie kan immers pas op niveau worden gebracht wanneer er een veel publiek trekkende eersteklasser gevestigd is op het sportpark. Tijdens de eerste wedstrijd van Willem II op het sportpark tegen Eindhoven, waar 6000 toeschouwers op afkomen, is er voor het eerst weer eens iets positiefs te melden over het sportpark. De wedstrijd werd met 6-2 gewonnen door Willem II.
"Tilburg zal de beschikking krijgen over een sportstadion zoals er in heel het Zuiden niet te vinden is" weet het Nieuwsblad van het Zuiden eind 1946 te melden. Het stadion verkeert op dat moment in een vervallen staat. Tijdens de oorlog is het stadion voor een groot deel ontdaan van haar hout en als brandhout gebruikt. In eerste instantie wiln men de accommodatie volledig opknappen. Later gaat men over op de bouw van een geheel nieuw stadion. Wat nogal gewaagd is, want net na de oorlog zijn bouwmaterialen zeer schaars. En de kosten van het stadion, ruim één miljoen gulden, liegen er ook niet om. Het nieuwe sportpark bestaat uit een tennispark met 12 tenniscourts, vijf bijvelden voor hockey, korfbal en voetbal en een stadion in arenavorm. Over toeschouwerscapaciteit bestaat aanvankelijk nog wat onduidelijkheid. Er worden in ambtelijke stukken, raadsverslagen en perspublicaties getallen genoemd die uiteen lopen van 15.000 tot 25.000. Zelfs wordt verwacht dat het uiteindelijke stadion wel 30.000 bezoekers zal kunnen herbergen. In 1947 gaat de eerste spade de grond in en in begin 1948 is het grasveld klaar om bespeeld te worden. In de jaren daarna worden er nog een aantal aanpassingen aan het stadion gedaan. Zo krijgt het stadion in 1953 een nieuwe overdekte hoofdtribune en wordt er in 1982 eindelijk een lichtinstallatie geplaatst.
De promotie in 1979 is voor Ballast Nedam het sein om de gemeente te benaderen over de mogelijkheden van een nieuw stadion. Interesse is er echter nauwelijks. Pas in 1988 valt in Tilburg te beluisteren dat het stadion van Willem II al enige jaren niet meer voldoet aan de eisen die sponsoren en supporters er aan stellen. Voorwaarde is wel dat Willem II met eigen geld en met gemeentegeld tot nieuwbouw over zal gaan. Daarmee is de discussie van een andere locatie van de baan (Stappegoorgebied, Tivoligebied en de Moerenburg). Na de aanleg van een nieuw kunstofatletiekaccomodatie buiten het stadion is de weg vrij om te gaan bouwen. Een compact stadion met beperkte toeschouwerscapaciteit is het trefwoord en men gaat over op de bouw van 14.646 overdekte zitplaatsen.


|